Bepaal eerst het brandpunt
Elke woonkamer heeft één ding waar de aandacht vanzelf heen gaat: een schouw, een erker, een tuindeur met uitzicht, of tegenwoordig meestal het scherm. De zithoek wordt daaromheen gebouwd, niet andersom.
Zijn er twee kandidaten — een haard én een televisie — dan kiest u er één als hoofdrol. De ander krijgt een plek waar hij niet mee concurreert, bijvoorbeeld haaks erop. Twee brandpunten tegenover elkaar dwingt iedereen om te kiezen wie er met de rug naar wat zit.
Een kamer zonder duidelijk brandpunt maakt u er zelf een: een grote kast, een fors werk aan de wand, of een kleed dat de zithoek begrenst.
Alles tegen de muur is zelden de beste keuze
In kleine kamers wordt alles standaard tegen de wand geschoven, in de hoop op ruimte. Het effect is meestal het omgekeerde: een leeg gat in het midden waar niemand iets doet, en zitplaatsen die te ver uit elkaar staan om normaal te praten.
De bruikbare maat is twee meter vijftig tot drie meter tussen zitplaatsen die met elkaar in gesprek moeten. Verder dan dat en mensen gaan harder praten; dichterbij dan anderhalve meter wordt het benauwd.
Een bank twintig centimeter van de muur af zetten kost bijna niets aan ruimte en oogt meteen minder als een wachtkamer.
Het kleed bepaalt de zithoek
Een vloerkleed is geen decoratie maar een plattegrond: het markeert waar de zithoek is. De veelgemaakte fout is een kleed dat te klein is, waardoor de meubels eromheen zweven.
De vuistregel: minstens de voorpoten van alle zitmeubels staan op het kleed. Kan dat niet, dan is het kleed te klein voor deze opstelling. In een gemiddelde woonkamer betekent dat al gauw 200 bij 300 centimeter.
Laat rondom minimaal twintig centimeter vloer vrij tot de wand, zodat de kamer niet als kamerbreed tapijt gaat lezen — tenzij u dat juist wilt.
De televisie
Het scherm is het meubel waar het vaakst omheen wordt gepland zonder dat iemand het toegeeft. Twee praktische maten: de kijkafstand ligt voor de meeste schermen prettig op ongeveer twee keer de beelddiagonaal, en het midden van het scherm hoort op ooghoogte in zittende houding — dat is lager dan waar de meeste mensen hem hangen.
Wie het scherm liever niet als middelpunt wil, hangt hem haaks op de zithoek in plaats van er recht tegenover. De kamer gaat dan over de mensen, en het scherm is er als u hem nodig heeft.
Hoogtes afwisselen
Een kamer waarin alles even hoog is, oogt vlak. Wissel af: een lage bank, een hogere kast, een staande lamp, iets aan de wand. Het oog heeft die verschillen nodig om diepte te zien.
Hetzelfde geldt voor massa. Staat er een zware, gesloten kast, zet daar dan iets luchtigs tegenover — een tafel op poten, een stoel met een open rug. Twee zware blokken tegenover elkaar maken een kamer kleiner dan hij is.
En houd één wand rustig. In vrijwel elke kamer die te vol aanvoelt, zit het probleem niet in het aantal meubels maar in het aantal wanden dat bezet is.