Drie lagen
Goede verlichting bestaat uit drie soorten die samenwerken. Algemeen licht vult de ruimte en zorgt dat u niets omstoot. Werklicht valt gericht op de plek waar u leest, kookt of werkt. Sfeerlicht doet niets nuttigs en is precies daarom onmisbaar: het maakt van een verlichte kamer een prettige kamer.
Eén plafondlamp levert alleen de eerste laag, en meestal te hard. Drie lichtpunten op verschillende hoogtes — plafond, tafel, vloer — veranderen een kamer meer dan welk meubelstuk ook.
Hoeveel licht is genoeg
Vermogen in watt zegt sinds led niets meer; kijk naar lumen. Als richtlijn voor algemeen licht: ongeveer honderd lumen per vierkante meter in een woonkamer, honderdvijftig tot tweehonderd in een keuken, en zo'n honderd in een slaapkamer.
Een woonkamer van dertig vierkante meter heeft dus rond de drieduizend lumen aan algemeen licht nodig, verdeeld over meerdere lampen in plaats van één sterke. Werklicht komt daar lokaal bovenop: bij een leesstoel is vierhonderd tot zeshonderd lumen gericht licht genoeg.
Zet zoveel mogelijk op een dimmer. Dezelfde lamp is overdag te zwak en 's avonds te fel; met een dimmer heeft u er twee.
Kleur van het licht
De kleurtemperatuur in kelvin bepaalt of een ruimte warm of klinisch aanvoelt. Voor woonruimtes is 2700 kelvin de norm: warm wit, zoals een gloeilamp. In een keuken of badkamer kan 3000 prettiger zijn, omdat u daar scherper wilt zien.
Boven de 4000 kelvin wordt het blauwig; dat past in een garage of werkplaats en zelden in huis. Let er ook op dat u binnen één ruimte dezelfde kleurtemperatuur aanhoudt — twee verschillende tinten wit in één kamer ziet u meteen, ook als u niet weet wat u ziet.
Een derde getal dat weinig mensen kennen maar dat veel uitmaakt: de kleurweergave-index, Ra of CRI. Onder de 80 zien kleuren er dof uit; boven de 90 lijken hout, stof en huid zoals ze horen.
Schakelen en dimmen
Bepaal per kamer hoeveel schakelmomenten u wilt. Eén schakelaar voor alles is goedkoop en in de praktijk onbruikbaar: u wilt 's avonds niet dezelfde stand als tijdens het stofzuigen.
Drie groepen per woonkamer is een prettige indeling: algemeen licht, de zithoek, en de rest. Dimmers hoeven niet in de muur te zitten; er zijn stekkerdimmers en lampen die met een afstandsbediening of een app werken, en die zijn achteraf zonder hakwerk aan te brengen.
Per ruimte
In de woonkamer: één zacht algemeen licht, een leeslamp naast de stoel, en twee lage lampen voor de avond. In de keuken: licht óp het werkblad, niet achter u, want anders staat u in uw eigen schaduw — onder de bovenkastjes is de beste plek.
In de slaapkamer wilt u kunnen lezen zonder de ander wakker te maken: twee aparte bedlampjes met een eigen schakelaar. In de badkamer hangt licht naast de spiegel in plaats van erboven, want licht van bovenaf geeft schaduwen op het gezicht.
En in de hal: liever twee kleine punten langs de wand dan één in het midden.