De hoogte boven ooghoogte
In vrijwel elk huis is de bovenste vijftig centimeter van elke wand ongebruikt. Een plank rondom op tweemeterhoogte in een werkkamer of bijkeuken levert meters opbergruimte op zonder één vierkante meter vloer te kosten.
Hetzelfde geldt boven deuren. De ruimte tussen de deurpost en het plafond is meestal dertig tot vijftig centimeter hoog en anderhalve meter breed — genoeg voor een plank met dozen die u twee keer per jaar nodig heeft.
Zet daar wat u zelden gebruikt. Alles wat u wekelijks pakt, hoort onder schouderhoogte; anders wordt de plank een stoflaag met inhoud.
Onder het bed en achter de bank
Onder een bed zit gemiddeld twintig tot dertig centimeter hoogte over twee vierkante meter. Met platte dozen op wieltjes is dat de goedkoopste opbergruimte in huis, mits u er niet elke dag bij hoeft.
Een bank die los van de wand staat, laat een strook van twintig centimeter over. Een smalle console of een lage kast past daar precies, en die vangt meteen de lampen en de stopcontacten weg.
Bij beide geldt: gebruik dozen met een deksel en zet erop wat erin zit. Ongelabelde dozen worden binnen een jaar een plek waar dingen verdwijnen.
Nissen en schuine wanden
Oudere huizen zitten vol nissen naast de schouw, in de erker of onder de trap. Die zijn zelden standaardmaat, maar planken op maat gezaagd zijn goedkoop, en een nis met planken oogt bovendien alsof het altijd zo bedoeld was.
Onder een schuin dak werkt hetzelfde principe: het lage deel is nutteloos voor staan en uitstekend voor opbergen. Een lage kast op maat, of simpelweg een gordijn op een rail voor de laagste vijftig centimeter, maakt een zolder meteen bruikbaarder.
Meet bij schuine wanden de hoogte op drie plekken, want dakhellingen zijn zelden precies gelijk.
Wat u zichtbaar laat
Niet alles hoeft achter een deur. Wat u dagelijks gebruikt, mag in het zicht staan, mits het bij elkaar hoort: een rij boeken, een stapel schalen, gereedschap aan een rek. Wat rommelig oogt, is zelden het aantal spullen maar het aantal verschillende soorten op één plek.
De simpelste regel die daarbij helpt: geef elke categorie één vaste plek en laat die niet uitwaaieren. Post op één plek, sleutels op één plek, opladers op één plek. Zodra iets op twee plekken mag liggen, ligt het binnen een maand op vijf.
En koop pas opbergmateriaal als u weet wat erin gaat. Andersom werkt het zelden: een lege mand vraagt om inhoud, en die vindt hij altijd.
Wat u niet moet opbergen
De verleiding bij meer opbergruimte is om meer te bewaren. Dat verplaatst het probleem: over twee jaar zijn de nieuwe planken vol en is de kamer weer even rommelig.
Een bruikbare grens: alles wat u een jaar niet heeft aangeraakt en dat geen emotionele waarde of garantiebewijs is, hoeft de nieuwe plank niet op. Daar is de opbergruimte niet voor bedoeld.
Houd daarnaast één plank leeg als landingsplek. Dat klinkt als verspilling en is precies wat voorkomt dat de eettafel die functie krijgt.